Wens om bewindvoering te beëindigen

Op deze pagina een informatieve tekst over de wens van cliënten om bewindvoering te beëindigen omdat volgens hun zeggen vrijwillig zijn begonnen met bewindvoering en nu ook weer vrijwillig het bewind willen beëindigen. De tekst is getypt door budgetcoach Carol de Bruin.
Als budgetcoach lees ik regelmatig de misvatting dat cliënten die vrijwillig onder bewind zijn gesteld verwachten dat men ook net zo gemakkelijk weer onder dat bewind uit kunnen. Dat is, in mijn ogen, heel kortzichtig want als je na een vrijwillige aanvraag wordt uitgenodigd voor een zitting. Een zitting is een gesprek bij de rechtbank waarbij de rechter of de griffier vragen stelt over je verzoek. Een zitting duurt meestal maximaal 10 minuten.
Als alles duidelijk is voor de rechter hoor je direct of het beschermingsbewind wordt toegekend. Bij een zitting met een griffier (zonder rechter) geeft deze een advies aan de rechter. De rechter bepaalt dan later of het beschermingsbewind wordt toegewezen.
De beschikking wordt, per gewone post, naar je opgestuurd.

(Wens om) bewind (te) beëindigen
Dus je bent bij een rechtbank geweest en je hebt een beschikking per post ontvangen en dan wil je nu van het “vrijwillige” bewind af door gewoon een brief te schrijven “ik ben er klaar mee”. Zo gaat het niet.
Je wordt niet voor ingegroeide teennagels onder beschermingsbewind gesteld, dus voor het beëindigen van beschermingsbewind geldt er een procedure.
Er moet toestemming gevraagd worden aan de kantonrechter met daarin:

  1. de reden van de aanvankelijke onder bewindstelling
  2. waarom er nu wordt verzocht om beëindiging
  3. gegevens van de bewindvoerder
  4. de handtekening van cliënt


Het is slim om je bewindvoerder bij een verzoek tot wisseling of beëindiging te betrekken omdat de rechtbank altijd zal informeren bij je bewindvoerder. Vragen die de bewindvoerder van de rechtbank ontvangt zijn:

  • waarom is rechthebbende (weer) in staat om de vermogensrechtelijke belangen zelf waar te nemen?
  • waarom is voortzetting van het bewind (nu) niet zinvol?
  • waarom is de grond voor het instellen van beschermingsbewind niet meer aanwezig?
  • als er geen zelfredzaamheidsperiode is geweest, waarom is die er niet geweest?


Met een zelfredzaamheidsperiode wordt bedoeld dat cliënt, met begeleiding, weer zelf de regie kan nemen. Dus weekgeld wordt maandgeld of je krijgt een hoger leefgeld om je eigen zorgverzekering of huur te betalen. Als dit goed gaat kan in een gesprek de conclusie volgen dat het bewind kan worden beëindigd.

Maar soms heeft de bewindvoerder goede argumenten dat het bewind niet wordt beëindigd:

  • Cliënten geven hun wijzigingen niet op tijd door en dan wordt er vaak niets uitbetaald.
  • Cliënten krijgen hun bijstandsuitkering niet (op tijd) omdat de gemeente aanwijzingen heeft van het vermoeden van “fraude”, de inlichtingenplicht zou niet goed zijn nagekomen, leefgeld kan niet worden overgemaakt.
  • Cliënten hebben hun uitzendbureau doorgegeven om het salaris op de leefgeldrekening uit te betalen. Het volledige saldo wordt opgenomen, onvermijdelijk dat er nieuwe schulden ontstaan. Een bewindvoerder kan, op je leefgeldrekening, alles uitzetten, dan kun je dus helemaal niets meer.
  • Een deurwaarder of het CJIB heeft beslag gelegd op de beheerrekening bij de bewindvoerder, waardoor deze geen enkele betaling meer doen en dus ook geen leefgeld kan uitbetalen.
  • Een deurwaarder heeft beslag gelegd op hun uitkering en daarbij de beslagvrije voet veel te laag vastgesteld; er komt te weinig inkomen binnen op de beheerrekening, onvermijdelijk ontstaan er nieuwe schulden en komt het leefgeld in gevaar.
  • Cliënten vertrekken gewoon, zonder de bewindvoerder of wie dan ook daarvan op de hoogte te stellen, zonder achterlating van een ander verblijfsadres of telefoonnummer, contact niet meer mogelijk. In dit geval wordt het bewind beëindigd, maar heeft de cliënt ook geen toegang meer tot zijn/haar inkomsten